Column
Dennis Bode (Voorzitter van college stichting Consent)
De Cito-trainer
Onlangs ontmoette ik een oud-collega, hij was als zo velen in het onderwijs voor zich zelf begonnen. Gecertificeerd Cito-trainer was hij geworden. In een beletterde hybride Japanner reed hij door het land. Op beide portieren stond Coets Cito-training/mensenwerk. Het cursief afgebeelde mensenwerk hield mij bezig. ‘Dat is een lokkertje’, zei Coets. ‘Want anders verkoopt het niet in het onderwijs. Er moet altijd iets inzitten van empowerment of van human dynamics. Daar zijn ze gek op in het onderwijs.’
‘Eerst had ik gekozen voor Trust, maar dat vond ik achteraf gezien toch te Covey-achtig. Ik geef trainingen aan teams en voor vermogende ouders zijn individuele trajecten ook mogelijk. Onlangs heb ik in Amsterdam-Zuid een training voor een aantal ambitieuze ouders gegeven. Deze Cito-zuid Group, zoals zij zich zelf noemen, organiseert in overleg met een aantal scholen Cito-trainingen. Daar is overdag met dat overladen pakket op de basisschool namelijk geen tijd meer voor. Tussen de hockeytraining en de pianoles door hebben de meeste leerlingen nog wel even tijd’, zei Coets. Een unieke vorm van ouderparticipatie die zijn weerga niet kent.
‘De meeste ouders daar in Zuid’, vervolgde Coets, ‘halen de eerste keer met gemak 548 en dat is bijna de maximale score. Ik laat ze meedoen, zodat zij ook kunnen ervaren wat hun kinderen doormaken. Daarna ga ik met de kinderen aan de gang en zo wordt het een gezamenlijk project. De eerste paar keer kijk ik na en als ze gewend zijn, doen de ouders dat zelf. Zo’n coproductie noemen wij een onderwijskundig arrangement. Het streven is een verbetering van 20 procent, niet goed geld terug, maar iedereen haalt het.’ ‘En daarnaast’, raasde Koets verder, ‘is het ook nog een vorm van buitenschoolse opvang. De inspectie komt niet eens meer langs op die scholen en de minister komt er zo`n beetje elke week op werkbezoek. Excellent noemt ze ons.’
‘Maar ook in minder welgestelde buurten ben ik aanwezig. De vraag naar ondersteuning in de voormalige achterstandswijken is groot. In zo’n beetje alle Vogelaarbuurten heb ik wel klanten, 28 nationaliteiten is mijn bereik. Neem Youssef, drie jaar geleden nog woonde hij ten zuiden van Tanger en nu scoort hij, 11 jaar oud, 534, met een beetje gemak leid ik hem op tot 545, het gymnasium is binnen handbereik’, besloot Coets trots.
Op mijn vraag hoeveel van die gymnasiasten er na drie jaar nog aanwezig zijn op het gymnasium, antwoordde Coets: ‘Geen idee.’
‘Veni vidi foetsie’, naar ik veronderstel.